Internet: de ultieme marketingmachine
Het internet verandert de marketing ingrijpend: er komt eindelijk een eind aan het zogenaamde Wanamaker tijdperk.
Rond 1870 vond John Wanamaker het moderne warenhuis en het prijskaartje uit. Als toegewijde christelijke handelaar vond hij dat, omdat iedereen in de ogen van god gelijk was, er niet meer onderhandeld moest worden over de prijs. Tevens werd Wanamaker de eerste moderne adverteerder. Hij kocht ruimte in kranten om zijn warenhuizen te promoten.
Wanamaker deed ook de uitspraak die tot op de dag van vandaag bijna kan gelden als een economische wet: “De helft van het geld dat ik aan reclame uitgeef is verspild. Het probleem is, dat ik niet weet welke helft.” De man zag het goed. Greg Stuart, hoofd van het Interactive Advertising Bureau, schat dat elk jaar wereldwijd 220 miljard dollar aan reclameboodschappen weggegooid geld is. Deze boodschappen bereiken het verkeerde publiek of zelfs helemaal niemand. De wereldwijde reclame-industrie zet jaarlijks bijna 430 miljard dollar om.
Maar Wanamaker kon de ontwikkeling van het internet niet voorzien. Deze technologie, en dan met name search engine advertising, maakt het mogelijk om de uitspraak van Wanamaker vrijwel volledig te elimineren. Het is voor veel diensten de toekomst. Consumenten gaan via het internet op zoek naar producten en diensten. In een zoekmachine typen ze een zoekwoord in, scannen de resultaten (zowel gesponsorde links als zoekresultaten) en klikken vervolgens op een link. “De consument geeft aandacht aan het scherm”, volgens Greg Stuart “en ligt niet in een soort comateuze toestand naar bijvoorbeeld de tv-reclames te kijken”. Het einde van het Wanamaker tijdperk is in zicht.